|
Ik & Ko > Leerkrachten > Over Ik & Ko > Leerlijnen
|
|
Leerlijnen
|
| Met Ik & Ko legt u een uitstekende basis voor het taal-, lees- en rekenonderwijs in groep 3 en werkt u ook aan de ontwikkeling van sociaal-communicatieve vaardigheden. De activiteiten voorzien in systematische en structurele aandacht voor de onderstaande ontwikkelingsaspecten. |
|
|
|
 |
 |
Ik & Ko Taal |
| | Met Ik & Ko Taal besteedt u aandacht aan: - mondelinge taalvaardigheden; - woordenschat; - beginnende geletterdheid; - taalbeschouwing.
|
|
|
 |
Mondelinge taalvaardigheden |
| | | In veel activiteiten staan mondelinge taalvaardigheden centraal (zie onderstaand overzicht). De verschillende taalvaardigheidsaspecten komen daardoor in vrijwel elk thema meerdere malen aan bod. Dit gebeurt tijdens de interactiemomenten in zowel de grote als de kleine groep. |
|
|
 |
| Gespreksvaardigheid |
| objecten en handelingen aanduiden |
| antwoord geven |
| vertellen van gebeurtenissen |
| vragen stellen |
| gevoelens en mening uitdrukken |
| interactie in een groep |
| |
| Begrijpend luisteren |
| aandachtig luisteren naar een verhaal |
| reageren op de inhoud van een verhaal |
| vragen stellen om een verhaal te begrijpen |
| antwoord geven op vragen over een verhaal |
| het verloop van een verhaal voorspellen |
| een verhaal navertellen aan de hand van prenten |
| volgorde van gebeurtenissen weergeven |
| motieven van personen weergeven |
| oorzaak en gevolg weergeven |
| |
| Institutionele interacties |
| instructies en opdrachten begrijpen |
| formeel taalgebruik (zoals bedanken en groeten) |
| |
| Informatie geven |
| objecten lokaliseren en beschrijven |
| vergelijken |
| uitleg geven |
| omstandigheden: volgorde van gebeurtenissen weergeven |
| omstandigheden: oorzaak/reden-gevolg aangeven |
| |
| Gebruik van middelen |
| gebruik van de telefoon |
|
|
 |
Woordenschat |
| | | Ik & KoTaal streeft een actieve woordkennis na. In elke activiteit wordt expliciet aandacht besteed aan enkele woorden die centraal staan. De aard van de activiteiten is zodanig dat de woorden op een natuurlijke manier aan bod komen. De basiswoordenschat die Ik & Ko Taal biedt, omvat ongeveer 1500 woorden, begrippen en uitdrukkingen (gemiddeld 70 per thema). Deze zijn voor een groot deel gebaseerd op de Woordenlijst voor 4- tot 6-jarigen (Damhuis e.a., 1992). Deze lijst is tot stand gekomen op basis van leerkrachtoordelen over het moment waarop kinderen woorden productief zouden moeten beheersen. De vier fasen: aanbieden, semantiseren, consolideren en controleren worden algemeen beschouwd als essentieel in het woordenschatonderwijs. In Ik & Ko worden deze fasen voor alle basiswoorden de doorlopen. Per activiteit worden themawoorden en kernwoorden onderscheiden, waardoor een verschil wordt aangebracht in het moment dat een woord wordt aangeboden of herhaald en het moment dat het woord wordt gesemantiseerd. Themawoorden De themawoorden zijn de woorden die binnen het thema herhaald aan bod komen. Wanneer een woord bij een bepaalde activiteit is opgenomen als themawoord, zal dit woord door de aard van die activiteit min of meer automatisch aan bod komen, maar niet expliciet worden verduidelijkt (gesemantiseerd). Dit gebeurt dan tijdens een andere activiteit binnen hetzelfde thema. Themawoorden worden tijdens de activiteit óf voor het eerst aangeboden, óf herhaald (geconsolideerd). Dit is afhankelijk van de volgorde waarin u de activiteiten binnen een thema behandelt. Kernwoorden De kernwoorden zijn de themawoorden die in de betreffende activiteit worden gesemantiseerd. Extra woorden Extra woorden zijn moeilijkere, minder frequente woorden die geen deel uitmaken van de basiswoordenschat van Ik & Ko. Ze komen binnen een activiteit op een betekenisvolle manier aan bod, waardoor ook taalvaardige leerlingen hun woordenschat kunnen uitbreiden. |
|
|
 |
Beginnende geletterdheid |
| | Met minstens één activiteit per thema speelt u doelgericht in op de interesse die kleuters vaak al van nature hebben voor lezen en schrijven. Op een speelse manier komen hierbij de volgende aspecten van de beginnende geletterdheid aan bod: - functie van geschreven taal; - relatie tussen letters en klanken; - letters lezen en schrijven; - losse woorden lezen en schrijven. |
|
|
 |
Taalbeschouwing |
| | | Woorden bedenken die rijmen op slee, pictogrammen voor verschillende weertypen begrijpen, zelf toverspreuken verzinnen… het zijn allemaal voorbeelden van activiteiten die de taalbeschouwing stimuleren. Met Ik & Ko werkt u op een dergelijke ongedwongen wijze aan belangrijke voorwaarden voor het succesvol leren lezen. Met name het fonemisch bewustzijn (leren onderscheiden van klanken en lettergrepen) blijkt hierbij van groot belang te zijn. Elk thema bevat daarom een aantal klankspelletjes die betrekking hebben op verschillende aspecten van het fonemisch bewustzijn. |
|
|
 |
| Taalbeschouwing |
| - tekensystemen |
| - bewustzijn van taalgebruik en taalvariatie |
| - rijmen |
| - klanken sorteren |
| - klanken samenvoegen tot een woord |
| - klanken isoleren |
| - klanken toevoegen of vervangen |
| - de klanken van een woord onderscheiden |
| - lettergrepen onderscheiden |
Ik & Ko Rekenen |
| | | De activiteiten in Ik & Ko Rekenen sluiten aan bij de uitgangspunten van realistisch rekenonderwijs. Dit betekent onder andere dat kinderen in een rijke leeromgeving uitgedaagd worden zelf dingen te onderzoeken en ontdekken die hun wiskundige vaardigheden en inzichten ontwikkelen. Ze hebben betrekking op de domeinen tellen, getalbegrip, meten, tijd en meetkunde, die zijn ontleend aan de uitgaven van de Tal-groep van het Freudenthalinstituut (Tal-groep, 1999 en 2004). Daarbij is ook expliciet aandacht voor rekenwoordenschat en wordt een deel van de woorden die in Ik & Ko Taal worden aangeboden in de rekenactiviteiten herhaald. |
|
|
 |
Tellen |
| | Kunnen tellen is een belangrijke voorwaarde voor getalbegrip. Het leren tellen begint met het opzeggen van de telrij, waarna het resultatief tellen (bepalen van een hoeveelheid) volgt. Daarbij leren de kinderen ook gebruik te maken van de 'vijf'-structuur', waarmee kinderen al snel vertrouwd raken door gebruik te maken van de vingers aan hun hand. Met Ik & Ko werkt u aan: - de telrij tot en met 10, eventueel verder; - aantallen tellen tot en met 10, eventueel verder. |
|
|
 |
Getalbegrip |
| | Ik & Ko stimuleert het getalbegrip van kinderen door hen in situaties te plaatsen waarin ze aantallen moeten vergelijken, ordenen, schatten en bewerkingen met aantallen moeten doen. Zo is er een activiteit waarin de kinderen moeten bepalen of er genoeg stoelen zijn voor alle gasten en er desnoods stoelen bij moeten halen. De volgende deelaspecten komen binnen het domein getalbegrip aan bod: - aantallen vergelijken; - bewerkingen; - representeren; - betekenissen van getallen. |
|
|
 |
Meten |
| | Bij het domein meten staat het opdoen van ervaringen en verwerven van gevoel voor meten voorop. De kinderen leren hoe ze eerlijk kunnen meten en hoe ze grootheden als lengte, gewicht en inhoud kunnen meten. Daarbij komt de passende rekentaal als vanzelf aan de orde. Het domein meten is in Ik & Ko verdeeld in: - lengte; - gewicht; - inhoud; - afpassen en verhoudingen. |
|
|
 |
Tijd |
| | De activiteiten bij het domein tijd zijn vooral gericht op het ervaren van tijd. Kinderen verwoorden hun beleving van tijd (dat iets kort of juist lang duurt) en leren dat er tijdseenheden zijn waarmee je kunt aangeven hoe lang iets duurt of wanneer iets plaatsvindt, zoals de dagen, dagdelen, het dagritme, de seizoenen, enzovoorts. Het aspect van het domein tijd dat in Ik & Ko centraal staat, is dus: - tijdsbesef. |
|
|
 |
Meetkunde |
| | Binnen het domein meetkunde wordt het ruimtelijk voorstellings- en redeneervermogen van de kinderen gestimuleerd. De kinderen leren hun eigen positie in de ruimte te verwoorden en te benoemen waar iets zich bevindt ten opzichte van henzelf. Ze leren de eigenschappen en mogelijkheden kennen van vormen en figuren als cirkel, vierkant en driehoek. Dit doen ze aan de hand van constructiemateriaal, meetkundig materiaal, bouwplaten of door zelf te tekenen. De kinderen komen in aanraking met verschillende vormen en figuren en experimenteren met meetkundige bewegingen als spiegelen, draaien en projecteren. In Ik & Ko noemen we deze vaardigheden: - oriënteren; - construeren; - opereren. |
|
|
 |
Ik & Ko Sociaal-Communicatieve vaardigheden |
| | In KO-totaal spreken we niet van sociaal competent gedrag, maar van sociaal-communicatieve vaardigheden. Hierbij worden sociale vaardigheden geleerd, gericht op communicatie met anderen. De volgende categorieën komen daarbij aan bod: - jezelf presenteren en opkomen voor jezelf; - samen spelen en werken; - gevoelens delen; - aardig doen; - omgaan met een ruzie; - omgaan met een taak; - kiezen.De sociaal-communicatieve vaardigheden zijn gebaseerd op bestaande categorieën van de Sociale Competentie Observatie Lijst (Pedologisch Instituut CED-groep Rotterdam, 2003). |
|
|
 |
|
 © Uitgeverij Zwijsen BV | Privacy Statement
|
|