|
Ik & Ko > Leerkrachten > Over Ik & Ko > Differentiatie
|
|
Differentiatie
|
| Ik & Ko is een methode waarmee u zowel kinderen die nog nauwelijks taalvaardig zijn in het Nederlands als kinderen die al wel een behoorlijke Nederlandse taalvaardigheid hebben op hun niveau kunt stimuleren. Ook op de verschillen in rekenontwikkeling kunt u met Ik & Ko uitstekend inspelen. |
|
|
|
 |
 |
Verschillende ontwikkelingsstadia |
| | Binnen Ik & Ko onderscheiden we drie stadia in de (tweede-)taalontwikkeling en de reken-/wiskundeontwikkeling. De taalstadia lopen van jonge, beginnende tot en met oudere, gevorderde taalleerder. De reken-/wiskundestadia beschrijven globaal de ontwikkeling van concreet naar abstract rekenen. Bij elke kleine-groepsactiviteit vindt u een differentiatieschema met aanwijzingen waarmee u kunt aansluiten bij de verschillende stadia waarin de kinderen zich bevinden. (Zie ook Observatie en evaluatie.)
|
|
|
 |
Aanwijzingen per taalontwikkelingsstadium |
| | De differentiatieaanwijzingen bij de taalactiviteiten hebben betrekking op: - de mate en aard van de hulp die u biedt; - het soort opdracht dat u het kind geeft en de mate van samenwerking die u van het kind verwacht; - het soort vragen dat u stelt aan het kind.Voorbeeld Globaal gesproken kunnen kinderen in taalstadium 1 slechts korte antwoorden geven op gesloten vragen. In het differentiatieschema bij de activiteit 'Pizza's maken' vindt u de volgende aanwijzingen en voorbeeldvragen voor kinderen in stadium 1: "Stel gerichte vragen over de pizza en de plaatjes van etenswaren. Is dit vlees of groente? Is dit kaas? Lust jij dat? Wat lust je niet? Wijs eens aan? Laat de kinderen een pizza voor Ko maken. Help de kinderen Ko vragen te stellen. Ko wil een lekkere pizza. Wat vindt Ko lekker? Vraag maar aan Ko of hij kaas lust. Welke groenten lust Ko? Vraag maar: Ko, vind jij tomaat lekker?" Kinderen in stadium 2 kunnen al meer uitgebreide, beschrijvende antwoorden geven. Voor hen vindt u de volgende aanwijzingen: "Laat de kinderen de etenswaren benoemen en vraag naar hun eigen ervaringen en smaak. Wat is dit? Lust je dat? Wat vind je nog meer lekker? Wat vind je vies? Laat de kinderen zelf kiezen voor wie ze een pizza willen maken. Stimuleer ze het andere kind vragen te stellen. Geef hierbij suggesties. Lust zij vlees? Vraag het haar maar. Lust hij dat niet? Wat lust hij dan wel? Wil ze er nog iets bij? Wat dan? Kinderen in stadium 3 kunnen al logisch nadenken en hun gedachten verwoorden in hun antwoord op meer complexe vragen. Hen daagt u als volgt uit: "Laat de kinderen etenswaren benoemen en vergelijken. Welke van deze groenten vind je het lekkerst? Waarom vind jij een pizza met kaas lekkerder dan een pizza met vlees? Vind jij dat ook? Vraag de kinderen voor wie ze een pizza willen maken. Stimuleer hen die kinderen vragen te stellen. Stel de kinderen voor problemen. Lust hij alle groenten? Vraag maar eens wat hij wel en niet lust. Ko lust alles, behalve zoete dingen. Wat vindt zij het allerlekkerst op een pizza? |
|
 |
Aanwijzingen per reken-/wiskundeontwikkelingsstadium |
| | | De differentiatieaanwijzingen bij de rekenactiviteiten richten zich vooral op de verschillende manieren waarop een rekenprobleem kan worden opgelost of in hoeverre er gebruik wordt gemaakt van concreet materiaal. Voorbeeld Bij de activiteit 'Vlinders zoeken' zoeken de kinderen met behulp van een verschillende plattegronden vlinders in de klas. Tijdens de introductie maakt u gebruik van de meest gedetailleerde plattegrond en legt u uit wat daarop te zien is. Na de introductie gaat u differentiëren naar de verschillende stadia waarin reken-/wiskundeontwikkeling van de kinderen zich bevindt. In stadium 1 bevinden zich de kinderen die nog niet begrijpen wat de functie van een plattegrond is en wat er op te zien is. Deze kinderen begeleidt u door voor hen de meest gedetailleerde plattegrond te gebruiken en te bespreken wat hierop te zien is: de stoelen, tafels, kasten, deur, ramen enzovoorts. Zien de kinderen diezelfde dingen ook terug in de klas? Waar dan? U geeft aan dat u een vlinder hebt verstopt: plak de kleine vlinder op de plattegrond op de verstopplaats van de grote vlinder. U zoek samen met de kinderen naar de grote vlinder. Waar is de vlinder op de plattegrond, waar is de grote vlinder in de klas? U stimuleert de kinderen te gaan kijken. Klopt het? In stadium 2 bevinden zich de kinderen die begrijpen wat een plattegrond is, maar deze nog niet zelfstandig kunnen bekijken. Zij krijgen een minder gedetailleerde, maar wel concreet getekende plattegrond. U stimuleert de kinderen te verwoorden op welke plek de grote vlinder vermoedelijk verstopt is. Waarom denken de kinderen dat? U zorgt ervoor dat de kinderen met behulp van de plattegrond zoveel mogelijk gericht en beredeneerd zoeken. Kinderen in stadium 3 hebben geen moeite met het gebruik van de plattegrond. Zij krijgen een schematische plattegrond. Ga na of de kinderen de verschillende voorwerpen en inrichting van hun lokaal herkennen. Laat vervolgens een van de kinderen zelf de vlinder op een plek in de klas verstoppen en laat de andere kinderen zoeken. Kan het kind dat de vlinder verstopt heeft op de plattegrond aangeven waar hij de vlinder verstopt heeft? |
|
|
 |
Voorbereiding op verhalen |
| | | Bij elk thema hoort een verhaal. Dit wordt twee keer interactief voorgelezen: eerst in de grote groep, daarna in de kleine groepen. Voordat u het verhaal in de grote groep voorleest, bereidt u de jongste en minder taalvaardige kinderen voor op het verhaal. Dit doet u door een kader te scheppen, achtergrondkennis op te roepen, een link te leggen met eigen ervaringen, moeilijke woorden te verklaren of de verhaalstructuur te verduidelijken. |
|
|
 |
Originele en vereenvoudigde versie van knieboekverhalen |
| | | Ik & Ko Taal bevat 9 prentenboekverhalen en 9 knieboekverhalen. De prentenboekverhalen zijn vrij eenvoudig en zijn ook voor de jonge, beginnende taalleerders goed te begrijpen. De knieboekverhalen zijn wat moeilijker. Daarom zijn van alle knieboekverhalen twee versies opgenomen: de originele versie en een vereenvoudigde versie. U kunt aan de hand van het niveau van uw groep zelf bepalen welke versie u voorleest. Ook kunt u ervoor kiezen de vereenvoudigde versie in de grote groep voor te lezen en de originele versie in de kleine groep. |
|
|
 |
|
 © Uitgeverij Zwijsen BV | Privacy Statement
|
|